De achtervolging

Als zondagochtend alle fietsmaatjes afhaken, gaat Marre met haar vriend op pad voor een romantisch ritje. Dat loopt anders af dan ze van te voren dacht… 

Om 7.15 gaat de wekker en ik kijk op mijn app berichtjes. Simon heeft tot diep in de nacht een feestje gehad, Erik is verkouden, Nico heeft een puppy die hem uit zijn slaap heeft gehouden, Daan heeft een griepje en Wouter vindt het te koud. Bijna alle mannen haken af op deze zonnige zondagochtend. Ik kijk mijn partner aan en zeg: “Nou Ruud, dan zit er niets anders op dat we samen op pad gaan. We maken er gewoon een romantisch ritje van”.

We trekken onze fietskleren aan, pompen de banden op en gaan enthousiast op weg. Ik ben blij dat Ruud voorop rijdt, want ik moet altijd even inkomen. Mijn benen voelen stijf en stram. Na 5 kilometer gaat het beter en ik neem het over van Ruud. Het valt tegen, want er staat aardig wat wind. Gelukkig lukt het mij om een constant tempo van 28 km aan te houden. Na 10 minuten kom ik in cadans. We moeten even stoppen, want de brug staat open.

Naast ons staan twee andere wielrenners. Een man van een jaar of 65 en de ander schat ik rond de 20. Ze hebben professionele outfits en fietsen. De heer op leeftijd werpt van opzij even een korte blik alsof hij onze krachten wil inschatten. Als hij merkt dat we hem in de gaten hebben richt hij zijn grimmige blik naar voren. Zodra de brug dicht is vervolgen we onze tocht. De twee gaan hard van start en dat wil ik mij niet laten gebeuren.

Ik roep: “Kom, laten we bijblijven!”. Ruud zet aan, ik volg en we slagen erin om het tempo van 34/35 km bij te houden. Dat gaat goed. Ik was even vergeten hoe deze snelheid voelt. Ik hou mijn stuur stevig vast en zorg dat ik scherp blijf. Dat is nodig, want de bochten zijn kort en onoverzichtelijk. Na elke bocht zet ik aan om bij te blijven. De kopman houdt het lang vol en na ongeveer 7 km neemt Ruud zijn positie over en ik volg. De twee collega wielrenners rijden nu achter mij. Ik doe mijn best om mijn achtervolgers te wijzen op alle obstakels.

Maar dan worden we tot mijn schrik toch door de twee ingehaald. Ze gaan er als een haas vandoor. Dat is niet de bedoeling! Ik schreeuw en probeer tevergeefs bij te blijven, maar het gat wordt groter en groter. Ik rij voorop en we pakken een landweggetje. Tot mijn verbazing zie ik de twee in de verte fietsen. De afstand lijkt kleiner te worden. Ik zin op wraak en doe mijn uiterste best om dichterbij te komen. Ruud en ik wisselen af en we fietsen alsof ons leven ervan af hangt. Dan nemen de heren een andere afslag. Helaas.

Maar gelukkig zijn we bijna thuis en we hebben 50 km gereden en 29 km voor de gemiddelde snelheid op de teller staan. Dat stemt tevreden. Zodra we voor ons huis staan lopen Ruud en ik naar binnen en ploffen we op de bank. Het romantische tochtje doen we de volgende keer wel!

Marre

Comments are closed.

Contact Us