De eerste…

Terwijl donkere wolken zich samenpakten boven Amsterdam verzamelden Manuel, Mieke, Maurice, Carli, Fleur, Nienke en ondergetekende zich bij het Flevoparkbad. Het was zaterdagochtend half negen, het bed lonkte nog maar er moest vandaag afgezien worden. Er stond een rit van 160 kilometer op het program, rondje Markermeer. Ieder had zo zijn eigen missie, sommigen wilden kilometers maken voor bijvoorbeeld de Dolomieten marathon. Mijn missie was om de magische grens van 100 kilometer te halen. 

We begonnen richting Enkhuizen omdat we anders flink wind tegen zouden hebben op de dijk. Deze tocht ging lekker, tegen de wind in reden we gemiddeld  rond de 32 en Maurice liet zich goed zien als kopman. Halverwege kwamen we in een toertocht terecht waar een boomlange onbekende man naast Maurice de kop overnam. Voor ons niet zo vervelend zoals je zult begrijpen. Eenmaal op de dijk hadden we de 80 kilometer al genaderd. Iedereen was lekker bezig en het zonnetje lachte ons toe en liet een mooie glinstering achter op het water. Halverwege de dijk reed Nienke lek. Met z´n vieren verwisselden we de achterband, geen probleem.

Eenmaal in Lelystad besloot Carli wegens haar schouderblessure de trein te nemen en liet ons achter op een soort kasseienstrook. Hobbel de hobbel, we naderden de 90. Toen de kasseienstrook ten eind was verloren we het fietspad uit het oog waardoor we door een grasveld het asfalt terug moesten vinden. Met de kluiten gras onder de schoenen kachelden we verder, via een natuurgebied hadden we de magische 100 kilometergrens gepasseerd. Wow, dat voelde goed en tegelijkertijd ook zo slecht. Want die spieren zijn dat nog niet gewend, boven de 100 kilometer. Ik voelde al dat het doorbijten zou worden maar goed… We tuften door richting Almere en eenmaal bij Almere/buiten zaten we op 115 kilometer.

femke_verhaal02 femke_verhaal03

In een mooie steady lijn kwam een kleine uitwijkbeweging die zich naar achteren vertaalde. Wat er gebeurde weet ik niet precies maar mijn voorwiel kwam in aanraking met het achterwiel van Maurice en voor ik het wist vloog ik door de lucht. Paf, met schouder en hoofd tegen het asfalt. Achter mij fietste Nienke die mij niet meer kon ontwijken en ook zij ging neer. Tja en daar zit je dan, hopend dat je hoofd het nog doet. Dat laatste leek gelukkig het geval en ook Nienke was er relatief goed vanaf gekomen. Onder de schrammen, blauwe plekken en met een ontwricht stuur en kapot voorwiel stonden we op de Lucky Luke straat in de Stripheldenbuurt van Almere/buiten. Iemand ooit van gehoord? Gelukkig bestaat er zoiets als een Tom Tom en werden we snel opgehaald door de man van Nienke. De andere meiden en onze kopman waren, na ons goed verzorgd te hebben, de laatste kilometers gaan volbrengen.
Uiteindelijk was het dus niet alleen de eerste 100 kilometers maar ook de eerste valpartij sinds ik fiets. Inmiddels zijn we twee dagen verder en kan de balans opgemaakt worden. Nienke's fiets is er wonderwel goed vanaf gekomen. Zij heeft een gescheurde helm (waar zouden we zijn zonder helm?) en een gekneusde duim. Ik heb een gescheurde helm, kapot voorwiel, kapot stuur, schaafwonden op knie, heup, elleboog en schouder. Oh ja, en een tetanusprik rijker…

Dames en heer, bedankt voor een prachtige tocht en de goede verzorging en steun na afloop. Tot snel op de fiets!
Femke

femke_verhaal01

Comments are closed.

Contact Us