De eerste ploegentijdrit van Stasja

Stasja (midden)Meedoen met de ploegentijdrit. Het begon voor mij al maanden terug. Na een intensieve training op een mooie woensdagavond in Nieuwer ter Aa volgt er een mail van Nelly met de oproep om mee te doen met de ploegentijdrit in september. Ik twijfel geen moment en meld me aan. Maar vanaf dat moment krijg ik elke keer als ik op de racefiets stap een onbestendig gevoel. Ik wil wel, maar ik durf niet. En dus besluit ik om me toch maar weer af te melden.

De weken erna blijf ik een dubbel gevoel houden. Het zou toch gaaf zijn als ik het wel zou doen. Tijdens de laatste training vraag ik of er nog een mogelijkheid is om mee te rijden. Maar helaas, alle ploegen zijn al samengesteld. Ik baal!

Geen zorgen

Dan komt er op de dinsdag voor de wedstrijd het verzoek van Hélène. Ze zoekt nog een paar dames en vraagt of ik wil mee doen. Weer is er die twijfel, maar ik zeg meteen ja. De zenuwen bereiken een dag later een hoogtepunt als ik de namen van mijn ploeggenoten zie: Claar, Hélène en Mirjam. Huh? Deze dames rijden wel wat harder dan ik en dat is nog zacht uitgedrukt. Hélène zegt dat ik me geen zorgen hoef te maken. Het doel is om mij na 30 kilometer over de streep te krijgen en zo een puntje te pakken voor het eindklassement. Dat stelt me gerust en bovendien een kans om in zo’n samenstelling te rijden zal ik niet vaak krijgen.

Communiceren!

Op zaterdag, de dag van de ploegentijdrit, verzamelen we met een aantal dames in Utrecht om richting het parcours te rijden. Al fietsend bespreken Hélène en ik de tactiek. Ik heb maar een taak: communiceren! Op tijd aangeven wanneer het te hard gaat. Om het voor mezelf zo comfortabel mogelijk te maken krijg ik allerlei tips, zoals goed in het wiel blijven. En vooral krijg ik te horen dat ik me niet te druk moet maken. “Wij zorgen goed voor jou.”

Utrecht 3Bij aankomst op het parcours begint het te kriebelen. Gelukkig hebben Claar, Hélène en ik tijd om deze te verkennen en in te rijden. Dat gaat er niet bepaald rustig aan toe. “Zorg dat je elk rondje een moment neemt om te herstellen.” zegt Hélène. Als we klaar zijn met inrijden, begint het wachten. Mirjam is inmiddels ook gearriveerd en we spreken met z’n vieren de laatste aanwijzingen door. Dan lopen we rustig met de fiets aan de hand richting de start. Ik hoor het succeswensen van de andere ploegen. Het geeft me zelfvertrouwen. Ik ben gefocust en wil beginnen.

De hand van Claar

Met z’n vieren naast elkaar staan we aan de start. Hartslag: hoog! Nelly telt af en daar gaan we! Mirjam op kop, dan Claar, ik en Hélène. “Gooi er maar één of twee kilometertjes bovenop, Mirjam!” roept Claar. Ik kan volgen, het gaat goed. De eerste ronde kijken we vooral welk tempo ik aankan. Ik weet dat het zwaar gaat worden, toch lukt het me om bij te blijven. Onderweg krijg ik aanwijzingen die ik zo goed mogelijk opvolg. Claar wijst links of rechts van haar achterwiel en ik rij erheen. Zodra ik op kop rij, word ik direct overgenomen door Hélène. En wanneer er een klein gaatje valt tussen het wiel van Claar en het mijne, dan krijg ik een vriendelijk zetje van Hélène zodat ik weer kan aanhaken.

Ronde twee is pittig. We rijden wat sneller. Ik voel de zenuwen opkomen en blokkeer een beetje. Vrijwel meteen is er even de hand van Claar op mijn rug en de rust keert terug. Hélène blijft tegen me praten en elke keer als ik van kop naar achter zak, krijg ik van Mirjam een aanmoedigende opmerking. En: oh ja wacht even, ik moest elke ronde een herstelmoment zien te vinden. Waar is dat moment? Ik heb het nog niet gevonden…

Ronde drie. Het tempo gaat omhoog. In de verte een stipje: een andere ploeg. “Die gaan we inhalen!” roept Claar. Ik vind het best, het is de laatste ronde. Ik ben er bijna. En belangrijker: ik fiets nog mee. Iedere trap voelt zwaar, maar wordt beloond, want daar is de andere ploeg. We rijden ze voorbij!

En dan is daar opeens de laatste bocht. We zijn er bijna! Maar de ploeg die we voorbij reden wil revanche en is vastberaden om ons terug te pakken voor de streep. Dat gaat niet gebeuren! Hélène gaat op kop en zet aan voor de eindsprint. Het lukt me net om haar wiel te pakken. Met de laatste energie die ik heb, racen we met z’n vieren over het rechte stuk.

Daar is de finish, ik heb het gehaald!

Waardevol

Nooit eerder reed ik zo’n hoge gemiddelde snelheid. Mijn doel was om niet laatste te worden en dat is ruimschoots gelukt. Ik ben dik tevreden met dit resultaat. Voor iedereen die twijfelt over meedoen: doe het gewoon. Het verleggen van je grenzen en het tevreden gevoel achteraf zijn het meer dan waard. Maar boven alles is de kracht van het samenwerken het meest waardevolle dat ik geleerd heb deze dag. Zonder mijn ploeggenoten, drie bijzondere sportvrouwen, had ik deze prestatie nooit kunnen leveren.

Mirjam, Claar en Hélène: ontzettend bedankt!

Stasja Aspers (VW Utrecht)

 

Comments are closed.

Contact Us