TTT Achtmaal/Zundert

Zondagochtend ben ik al vroeg druk in de weer. Banden op druk, buitenbanden checken op eventuele “indringers”, bel er afhalen, zadeltasje demonteren, lopen de versnellingen nog steeds lekker, beetje kettingolie, ach je kent het misschien wel. De gebruikelijke dingetjes voordat je een wedstrijdje gaat rijden. Daar hoort natuurlijk ook bij dat ik buienradar/windradar nogmaals raadpleeg, zeker deze “zomer”.  Gelukkig zijn de weergoden ons gunstig gestemd en is de voorspelling nog steeds droog en bewolkt met 24 graden met een westenwind. Al met al prima omstandigheden om te koersen!

Ik heb afgesproken met Hélène (trainster VW Utrecht en vandaag mijn teamgenoot) op de carpool en fiets een half uurtje van te voren op m’n gemak naar de afgesproken plek. We gaan vandaag rijden met 6 dames die nooit eerder met elkaar een TTT hebben gereden en ook niet echt met elkaar hebben getraind. Wel hebben we wat afspraken gemaakt, dat zal toch wel genoeg zijn?

Als ik onderweg ben met Hélène naar Zundert begint het heel zacht te regenen. Vol ongeloof kijken we elkaar aan. Nee toch? Ach het zal wel een verdwaalde regenspat zijn… Nogmaals wordt buienradar gecheckt. ‘Ja hoor’, zegt Hélène, ‘het is nu overgewaaid’. Niks aan de hand. Nog geen minuut later barst het los en draaien de ruitenwissers op volle toeren. Met regen draaien we Zundert binnen. Bah, we hebben nog een kleine 20 minuten om het parcours te verkennen. Nou ja, dan maar met regen.

Snel kijken we in de tassen wat er inzit. Hélène heeft een paar armstukken ingepakt en ik een dun windjack. Ik besluit om het jack aan te doen. Hélène gaat zonder armstukken. Even checken of de andere dames er al zijn, maar die zijn nog onderweg krijgen we door. We besluiten om samen een verkenningsrondje te maken. Het valt me op dat er veel bochten in het parcours zitten en helaas weinig beschutting tegen de wind. Verder is iets minder dan de helft van het parcours klinkers… Nou ja we moeten het ermee doen. Gelukkig is het bijna droog als wij ons rondje erop hebben zitten en breekt de zon in volle kracht door. Mooi dan is het wegdek vast droog als wij over een uur moeten starten.

De andere dames van VW Utrecht (Tessa van der Veen en Marthe van Maurik) en VW Rotterdam (Judith Verburg en Arwen Altenburg) hebben zich verzameld bij de start en gezamenlijk gaan we inrijden. Tussendoor trekken we een paar sprintjes en dan melden we ons bij de start. We zien dat de beste tijd van de heren in de funklasse op dat moment op 36.00 minuten staat. Als enige damesteam krijgen we voor iedere dame die reglementair finisht een halve minuut dispensatie. Er vallen dus 3 minuten te verdienen. Een vlug rekensommetje verteld ons dat we dan 13 minuten per rondje moeten rijden om niet al te veel uit de boot te vallen tussen al die mannen. Totaal 39 minuten. We lachen wat zenuwachtig… Tja, als we dan toch gaan, dan maar helemaal.

Het begint nu echt te kriebelen. Ik wil gaan… GAS! Eindelijk staan we aan de hekken. Het weer is zonnig, het wegdek droog. We hoeven ons niet in te houden. Daar gaan we dan, ik start als eerste. De afspraak is dat als ik gas hoor ik m doortrek naar 35-37km/h en dan afgeef op een “recht” stuk aan Hélène en dat zij ‘m daarna doortrekt en vasthoudt totdat we op het asfalt zijn. Ik vlieg uit de hekken, kijk om en hoor gelijk ‘GAS’. Zo dat is snel denk ik… zal wel. Ik trek ‘m door met Hélène in m’n wiel en geef af zoals afgesproken. Op het moment dat ik afdraai zie ik niemand in het wiel bij Hélène. ‘HO’ roep ik, we hebben een gat. Ik blijf naast Hélène rijden en vraag me af wat er fout is gegaan, maar veel tijd heb ik daar niet voor want de dames komen eraan. Ze sluiten aan en ik laat me verder afzakken. Daar komen de strobalen, maar ergens valt er weer een gat. Dit kost kracht.

Als ik even later weer op kop kom tegen de wind in rij ik in het midden van de weg, maar als ik wil afgeven besef ik dat ik nu niet weet aan welke kant ze komen? Ik besluit voorzichtig naar rechts af te zakken, maar daar zit Hélène zie ik en ze roept “andere kant”. Ik laat me rustig naar links zakken en we kunnen blijven doorrijden. Even gaat het lekker maar dan zwenken we ineens over het asfalt van links naar rechts. We reden aan de verkeerde kant ten opzichte van de wind. Helemaal lekker gaat dit niet en dan druk ik het nog zacht uit. Ik maan mezelf tot kalmte, het komt goed. We moeten even wennen.

13710037_625017177662656_5595063887757497070_n

Nadat we een aantal kilometer onderweg zijn draai ik weer eens van kop en tel ik de koppies. 1.2.3.4…… waar is 5? Er komt meer ruimte en voordat het teveel wordt besluit ik toch maar even om te kijken. Nummer 5 is gelost dus moet ik de gelederen sluiten. Zo snel mogelijk rijd ik het gat dicht. Focus zeg ik in mezelf. Er komt zo heus wel meer rust in de ploeg. Veel tijd om na te denken heb ik niet want daar komen de klinkers weer en het is vals plat. Ik zet veel druk en stuiter bijna van m’n fiets. Ik kom er achter dat “harde” velgen ook een nadeel kunnen zijn. Er komt een bocht naar links en tevens is er afgegeven. Shit er rijdt nu iemand die aan het afzakken is in “mijn” lijn. Ik moet uitwijken en er is wat verwarring. Weer valt er een gat. Ik moet serieus aanzetten om het dicht te rijden. Gelukkig komt er daarna meer rust… Het afgeven gaat soepeler en het draaien lijkt nu lekker te gaan. Nadat we de finish passeren zie ik de ronde tijd. Onder de 13 minuten denk ik, en dat na zo’n chaotisch rondje. Dat moet kunnen!

Het tweede rondje loopt stukken beter. Hélène en Arwen geven hier en daar aanwijzingen wat heel fijn is (voor mij althans). En voordat we het weten is ronde 2 volbracht. Ik spiek nogmaals op het bord. Snel reken ik uit dat we nog steeds onder de 13 minuten zitten. Ik ben optimistisch. Dit gaat lukken denk ik! Maar, natuurlijk slaat de vermoeidheid wel toe in het 3e rondje en moet ik de laatste 3 km echt op m’n limieten fietsen, onder luid support van Arwen. Omkijkend op haar fiets roept ze me toe: ‘pak mn wiel, kom op je kan het, kom op!’. Ik zet m’n kiezen op elkaar. Het lukt, maar even later weer dat kleine gaatje waarvan je weet dat het groter gaat worden. ‘HO’, roep ik. Hetgeen betekend dat we iets minder hard moeten gaat. Die rot klinkers vloek ik in mezelf, ik stuiter bijna van m’n fiets. Weer lukt het net, maar dan valt toch weer dat gaatje. Net als ik ‘HO’ wil roepen vult Hélène het gaatje dat valt op. Ohhh fijn denk ik. Ik hang nu in het wiel van Hélène en we komen vanaf het vals plat met klinkers op het asfalt terecht met een zijwindje. Hélène zet door, ik hou haar wiel en na een paar honderd meter ben ik wat hersteld. Ik zie dat het niet al te ver meer is en dat ik genoeg hersteld ben. Er zit nog wel een versnelling en sprint in denk ik. Rijden Hélène, zeg ik, ik heb “over”. Maar Hélène heeft al zolang kop gedaan besef ik. Niet helemaal hoe het hoort maar ik kom over Hélène heen en ga versnellen met m’n oren gespitst. Ik hoor niets dus dan moet het goed zijn. Vanuit die gedachte zet ik het rechte stuk door en gooi al mn laatste energie eruit. Nog 1 bocht en dan een volle sprint naar de finish, ik hoor Arwen in gedachten roepen: ‘je kan het, kom op!!’. Ik zet mn tanden op elkaar en dan is de finish daar.

38.30. We did it…together!!!

TTT 5 13662107_625021967662177_5694123572355934091_o

Comments are closed.

Contact Us