De Hel van het Noorden

Afgelopen winter kwam Hélène via de facebook-pagina van vrouwenwielrennen met de vraag wie de voorjaarsklassieker Parijs-Roubaix met haar mee zou willen rijden. Ik dacht bij mezelf ‘Ik moet wel gek zijn, maar waarom niet?!’. Dus op de dag dat de voorinschrijving opende heb ik me gelijk aangemeld voor mijn eerste grote toertocht. Tja, misschien is Parijs-Roubaix niet helemaal de meest logische keus als eerste tocht… Mooie uitdaging dacht ik zo!

Helaas had ik niet zoveel voorbereidingskilometers gemaakt als ik zou willen, maar aangezien ik 2x na de vrouwenwielrentraining in Utrecht was teruggereden richting Rotterdam (ik heb trouwens nog nooit verder gereden dan deze 152km) ging ik er vanuit dat ik de 170km van Parijs-Roubaix wel op m’n basisconditie zou kunnen rijden. Die kasseien zijn natuurlijk een ander verhaal… Hélène heeft de tocht op haar mountainbike gereden, maar ik moest het doen met m’n racefiets zonder vering. In de hoop om toch iets van de pijn van de kasseien te verzachten had ik een extra stuurlint bovenop m’n stuur bevestigd met daaronder gel kussentjes. Bovendien had ik iets bredere banden zodat ik met 5 bar in plaats van de gebruikelijke 8 bar kon rijden.

Op vrijdag 11 april zijn we naar Caudry, onze overnachtingsplaats op ca. 10km van de start, gereden. Gelukkig was mijn moeder mee als chauffeur zodat we op de dag van de tocht niet ’s ochtends om 5:30u vanuit Roubaix de pendelbus naar de start hoefden te nemen. Bovendien was het handig om reserve eten/materiaal in de auto te hebben liggen waar we tijdens de tocht makkelijk bij zouden kunnen. 

Vrijdagmiddag hebben we gelijk maar een deel van de route verkend om de benen een beetje los te fietsen. En natuurlijk kwamen we de eerste kasseienstrook al snel tegen. Dat was toch gelijk wel even heftig! Vooral omdat deze strook voornamelijk naar beneden liep. Ondanks dat je vanzelf vaart krijgt, moet je toch blijven trappen om je fiets onder controle te houden. Toch handig om dit soort dingen van te voren even uit te proberen!

Zaterdag was het dan zo ver. We hadden onze kaderplaatjes de dag ervoor al opgehaald, maar we zijn voor de vorm nog even langs de start gereden. De eerste twee uur van de tocht was het heel erg mistig. Dat gaf wel een beetje een magisch gevoel; alleen op de wereld op de fiets tussen de velden met het gele koolzaad met de hele heroische tocht nog voor ons. Het duurde niet lang totdat we de eerste kasseienstrook tegenkwamen. Het was dezelfde strook als die we de dag ervoor hadden gereden dus we wisten wat we konden verwachten. De eerste paar kasseienstroken lagen er nog vrij netjes bij. Het was wel zwaar, maar over het algemeen waren er toch wel stukken waar je nog vrij redelijk kon fietsen.

Af en toe haakten we aan bij groepjes, of zij bij ons. Op een klimmetje reed ik rustig in m’n eigen tempo, met m’n hartslag onder het omslagpunt omhoog. Toen ik boven kwam zag ik dat er een hele sliert kerels in m’n wiel was blijven plakken 😛 Na ongeveer 40-50km kwamen we bij de eerste verzorgingspost. We hadden met mijn moeder afgesproken dat ze in elk geval naar de verzorgingsposten zou komen en tussendoor her en der langs de weg zou staan. Bij de eerste post konden we haar echter niet vinden. Gelukkig hadden we geen nieuwe binnenbandjes of eten nodig (het laatste werd trouwens in overvloed aangeboden op de verzorgingspost), dus zijn we weer opgestapt om onze rit door de mist te vervolgen.

Na ongeveer 75km kwamen we bij de beroemde en beruchte kasseienstrook Tourée d’Arenberg. Dit was de eerste strook met 5 sterren en in tegenstelling tot restaurants beloofd dat niet veel goeds. Tijdens deze 2,4km drong het pas echt tot me door waarom Parijs-Roubaix bekend staat als ‘De Hel van het Noorden’. Geen enkele steen ligt netjes naast de ander en er is nog geen millimeter langs de berm beschikbaar waar je het ergste gehobbel kan vermijden. Ik reed hier misschien 15km/h. Je zou maar profrenner zijn en midden in het peloton met zo’n 50km/h op deze smalle strook aan komen rijden!

Na de tweede verzorgingspost reed ik 3 kasseienstroken achter elkaar lek. Dat kon bijna niet meer aan m’n banden liggen omdat ik niets geks aan m’n buitenband kon ontdekken. Drie keer vlak achter elkaar stootlek is ook wel heel toevallig (alhoewel, het blijft Parijs-Roubaix natuurlijk… ). Gelukkig was m’n moeder niet heel ver uit de buurt en had ik reservewielen meegenomen. Met een nieuw achterwiel kon ik gelukkig zonder verdere technische problemen verder rijden!

Ondertussen werd de tocht zwaarder. De hele dag stuiterend op de fiets zitten begon ik vooral te merken aan m’n onderarmen en de binnenkant van m’n kuitspieren (heel raar, heb ik echt nog nooit eerder last van gehad). Het grappige is dat ik eigenlijk helemaal niet door had hoeveel km we al gereden hadden omdat je de hele tijd van strook naar strook rijdt. Als er dan 10km tussen twee kasseienstroken zit, kun je even opgelucht adem halen. Echter, soms lagen twee stroken slechts 500m uit elkaar. Ik begon iedere bocht steeds meer te vrezen omdat daarna de volgende kasseienstrook zou kunnen liggen. Ondertussen zijn de kleinste oneffenheden op het asfalt ook geen pretje meer om overheen te rijden. En dan zit er op 3 stroken voor het eind nog een keer een 5 sterren strook: Carrefour de l’Arbre. Als je dan denkt dat je alles gehad hebt, kom je toch nog een bocht tegen waar misschien 10 meter kasseien ligt. Deze liggen weliswaar keurig netjes in vergelijking met de kasseienstroken en worden daarom niet meegeteld, toch is het even flink vloeken als je er overheen moet!

Uiteindelijk kwam dan toch het einde in zicht en reden we op het gladde beton van het Stablinski Velodrome de finish over. Het was ongelofelijk afzien maar wat een gave tocht! Je zou het misschien niet zeggen na dit verhaal, maar ik zou ‘m zo nog een keer rijden!

-Arwen

De eerste 80km (t/m de 'Tourée d’Arenberg’) heb ik met een camera op m'n helm iedere 30sec een foto gemaakt. Bekijk hier het resultaat van deze timelapse:

Comments are closed.

Contact Us