Google Brains: De landkaart van mijn hersens

Het was een pechjaar, 2010.

Tenminste, voor mij. Vanuit het wielrennen gesproken. Zo’n 10 jaar lang ging ik er van uit dat één keer per jaar vallen het risico van het vak was, daar leerde ik mee leven. Afgelopen jaar werden het drie valpartijen, van een geschaafde knie langs het Amsterdam-Rijnkanaal tot 3 weken ziekenhuis in Leon, Spanje. Het lijkt wel een soort trainingsschema.

Hoewel ik nu nog aan het revalideren ben van mijn laatste val kan ik het toch niet laten af en toe op de racefiets te stappen en alleen, of toch alweer in de groep, een rondje te rijden. Het is ook een manier om mijn wereld te vergroten, van de bank en afwas naar buiten en mensen.
Revalideren betekent in het geval van een hersentrauma rust, rust en rust. Lastig, want ik ben gewend bij een blessure flink aan te pakken met oefeningen doen en heb een tamelijk duidelijk herstelplan voor ogen. Nu is dat herstelplan onzeker en zien mijn dagen eruit als die van een bejaarde. Nee, dat mag ik niet zeggen. Mijn moeder bijvoorbeeld (78)  bláákt werkelijk van de jaloersmakende hoeveelheid energie. Ik doe het voorlopig met minder. Nog steeds is er een wereld van verschil tussen willen en kunnen.


Onderstaande tekst heb ik geschreven voor het aprilnummer van het maandblad van FC Trappist, de “wilde” wielervereniging (niet aangesloten bij de KNWU) waar ik lid van ben en waarmee ik vorige zomer in Spanje was. Met 4 andere renners ben ik tijdens de 2e dag van onze wedstrijd-driedaagse ten val gekomen, gelukkig was ik de enige echte pechvogel.
En, zoals een verpleegster in het ziekenhuis zei, gelukkig zat er een hele dikke engel op mijn schouder!
 


Google-Brains: De landkaart van mijn hersens

Naar Vlaanderen met Trappist-vrienden. Fietsen, in een groep zijn en dat dan ook nog gecombineerd, best spannend.

Het is precies 8 maanden geleden dat ik, in bijzijn van deze zelfde Trappisters, ten val kwam en 6 dagen in coma lag in een Spaans ziekenhuis. Om nu alweer met ze mee te gaan is een hele uitdaging.

7 Maanden revalidatie verder en ik ben beland in Belgenland, mijn vlakke land, mijn Vlaanderland. ’t Bakkershof, mijn Eden-hof met rijk gedekte ontbijttafel, met zoveel dieren dat je er een ark mee kunt vullen, met dartelende baltrappende jongensbenen, met op hun baasjes wachtende glimfietsen in de zon.

Vrijdagochtend half 10 arriveren Jo en ik,” half 11 vertrekken we”. Met de jongens mee kan ik nog niet, al moet ik héél even, een seconde, de impuls bedwingen om me alsnog als een gek om te kleden en aan te sluiten. Ik pak mijn fototoestel om mijn verlangen te onderdrukken. Groepsfoto dan maar, fijne dag, rij voorzichtig en veel plezier.

Een uurtje later ben ik alleen op weg. Voor het eerst buitenland, voor het eerst heuvels, voor het eerst meer dan 4 uur op de fiets. “Voor het eerst” loopt hier parallel aan alles dat ik deed toen ik uit coma kwam: voor het eerst weer spreken, voor het eerst zitten, opstaan, een stapje zetten, voor het eerst een hapje eten naar mijn mond brengen, tanden poetsen, schrijven. Alleen was het toen na een soort re-set, alsof er in mijn hersens een knop was omgezet die ik nu moest vinden en weer terugschakelen. 
Ik fiets heerlijk, rij over veel kleine, rustige weggetjes. Op de gedetailleerde landkaart mooie routes zoeken, zoals ik op zoek ben naar de juiste weg in de rest van mijn bestaan. Zomaar de muur van Geraardsbergen op, al was ik dat echt niet van plan (dat hoofd toch….). Op zoek naar grenzen, soms eroverheen. Parallellen tussen revalidatie en fanatiek sport bedrijven. Het is de kunst steeds net iets meer te willen (en te doen) zonder jezelf uit te putten. 

En weer een grens op zaterdag:  in een groep fietsen. Omdat ik nog erg schrikachtig ben, niet tegen hard geluid kan en zeker niet méér dingen tegelijk kan (fysieke inspanning, kijken, denken, praten…..) had ik dat nog even uitgesteld. Met Jo, Marthijn en Hennie (een heel peloton) op pad, ook daar waren de parallellen (zo’n fijn woord) niet ver weg:
De dansende vogels boven het akkerland doen me terugdenken aan de dansende blauw/zilveren worstjes op de muur van mijn ziekenhuiskamer, het kopje koffie tijdens onze pauze is bijna net zo lekker als de kopjes koffie die mijn dag deden beginnen in het Spaanse ziekenhuis, in het gras liggen na afloop voelt net zo heerlijk als zitten op het grasje bij het ziekenhuis op mijn laatste dag in Spanje. 

En terug bij ’t Bakkershof, op mijn rug in de tent van Joeke en Job, keer ik terug in mijn hoofd. Zo dicht bij mezelf als ik was in het Spaanse ziekenhuis, heerlijk zwevend door mijn hersenspinsels. Google Earth is er niets bij.

Het is nu 2 weken later en ik voel nog alle grenzen die ik overging maar met blijdschap:
Ik hou nog steeds van fietsen en van alles daaromheen en bovenal: van mijn fietsmaatjes, van jullie! Op naar de zomer, tot gauw,

Joanne

Comments are closed.

Contact Us