De Dolomietjes

Als je het doet, moet je het goed doen. Daarom dit jaar geen fietsdoel van 1 dag, maar een Gran Fondo van 6 dagen: de Giro delle Dolomiti.

Ergens eind 2011 ontstond het idee om mee te doen aan de Giro delle Dolomiti: 750km en >10.000 hoogtemeters in de prachtige Dolomieten in Italië. Ons team De Dolomietjes (jawel) bestaat uit mijn vriend Jan-Willem, onze fietsmaat Jasper, en de man van mijn nichtje Mirjam genaamd Roy. Mirjam zelf fietst dan wel niet (dat is slechts nog een kwestie van tijd) maar gaat gezellig mee naar Italië.

Sinds december zijn Jan-Willem en ik twee keer in de week aan het spinnen (dat motiveert wel, zo’n doel!) en naarmate de Giro dichterbij komt trainen we steeds meer buiten. Ondanks het slechte voorjaar heb ik meer dan 3000km op de teller in 2012, meer dan vorig jaar, dus ik ben happy. Wel slaat af en toe de twijfel toe: dat is toch kansloos, zoveel hoogtemeters in 6 dagen? Hoe herstel ik hemelsnaam snel genoeg? Hoe zorg ik van tevoren dat ik sterk genoeg bergop ben? En als enige meisje in ons team, zal ik die jongens überhaupt nog zien daar? Aan de andere kant: de Giro vertrekt 5 dagen vanaf Bolzano en 1 dag een uurtje verderop, en ons appartement heeft een zwembad, dus niemand zal me missen als ik een dagje op de ligweide luier. Dat idee zorgt weer voor wat ontspanning in m’n kop.

Dolomietjes1

Eenmaal in Bolzano halen we een dag tevoren onze stuurbordjes en fietschips op, evenals een draak van een fietsshirt dat slechts één van onze teamleden zal dragen die week (‘Ja maar mijn zwarte Castelli-shirt is echt te heet met deze temperaturen!’). Geïnspireerd door de dames achter de balie koop ik nog potjes zwarte en gele nagellak en zit ik de volgende dag compleet gesoigneerd met vingers in de kleuren van de Giro op mijn Cannondale. 

Nu is mijn hartslag sowieso hoog, maar met 120 in stilstand blijk ik de ochtend van de start toch wat nerveus. De drie jongens worden dat acuut ook wanneer we in het startvak de ene na de andere snelle Italiaan zien verschijnen: ik hoor ze fluisteren over zonnebrillen van 300 euro en Lightweight wielen van 3500 euro en plotseling lijkt het alsof onze fietsen de enige niet-carbon exemplaren zijn van de ongeveer 600 man die om ons heen staan… Gelukkig heb ik daar geen verstand van.

We starten op een soort Jaarbeurs-terrein waar zich een indrukwekkend wagenpark bevindt, bestaande uit ambulancebus, speakerauto voorop, 2 bezembussen, mechaniciens in materiaalwagens, en nog het een en ander aan vierwielers die ons begeleiden. Daarnaast zetten motoren elk kruispunt af waardoor wij met de hele groep door Bolzano en over provinciale wegen zoeven. Bij de 36e editie weten die Italianen inmiddels wel hoe ze zoiets goed moeten organiseren: hulde. Elke etappe bevat een getimede klim die meetelt voor het klassement en op dag 1 mogen we 13km omhoog  voor deze klim (stijging >1000m). Na 2 kilometer denk ik dat mijn teller kapot is (hij gaf namelijk ook een max. snelheid van 118.9 aan, waarschijnlijk door een medefietser) maar nee: ik rij gewoon heel langzaam. Ach, je moet er even rustig inkomen he, op dag 1. Bovenop de klim ligt de rugtas klaar die we ’s morgens aan de organisatie hebben meegegeven met m’n armstukken en extra reepjes. Ook kun je er je bidons vullen, cola en water drinken en eten zoveel je wilt. Wederom hulde voor de organisatie dus. Op 70km zit de lunchstop, waar we pasta krijgen, aardappels/groente/vlees, een broodje, een appel en water. Van dit heerlijke maal mogen we alle zes de dagen genieten, en je fietst er goed op! Er wordt pas weer vertrokken als de laatste heeft gegeten. Tijdens de lunch maken we ook de eerste en laatste wolkbreuk van de week mee, maar gelukkig droogt de weg snel op als we 20km gaan afdalen. Het laatste stuk, 15km vlak door het dal met 30km/u, gaat met een windscherm van een paar honderd man lekker makkelijk. Bij terugkomst hangen de geprinte klassementen al te schitteren en ik bevind me iets onder het midden van mijn leeftijdscategorie bij de dames. De eerste dag zit erop en er mag in het zwembad geplonsd worden!

Dag 2 bevat de Passo Fedaia en die is precies zo gemeen als Hélène in haar verhaal al beschreef. Mijn kreet ‘Ik heb hier een potje lopen VLOEKEN!’ bij het bereiken van de top staat vereeuwigd in een filmpje op de iPhone van neef Roy. Inclusief zijn reactie ‘Wat een kutheuvel he!’. Ik was gewoon vergeten dat hier de tijdklim was, want na de 85km die we al hadden gefietst om er te komen, lag mijn prioriteit simpelweg bij boven komen. 

Dolomietjes2

Dat ging een stuk beter op dag 3. Al die snelle Duitsers en Italianen sprinten mij voorbij als het boven de 10% komt, maar daaronder probeer ik met mijn polderbenen alle tijdswinst te pakken die ik kan. Op de echt steile stukken maak ik lekker optimaal gebruik van mijn triple, maar als het dan eens vlak is, dan zet ik aan. Waarbij ik een groepje heren inhaal, en er eentje blijft plakken. Na de 3e keer omkijken of ‘ie er nog zit hoor ik in het Vlaams ‘Excuseert u mij, ik ben van u aan het profiteren’ en roep ik terug ‘Lekker blijven zitten!’. Ik voel me door mijn achterligger prettig opgejaagd, en heb er goed het tempo in. Eenmaal langszij zegt de vriendelijke Vlaming dat ik een betere fietser ben dan hij en dat hij daar graag gebruik van maakt, waarmee hij natuurlijk dermate mijn ego streelt dat ik niets liever wil. Op het vlakke stuk langs het stuwmeer trek ik het echter niet meer, en dreig ik ons nieuw gevormde treintje (man of 6) te verliezen. Misschien is de Vlaming toch de betere fietser van ons 2. Sympathiek is hij in ieder geval, door op mij te wachten. Na nog een stukje bikkelen samen weet ik hem te overtuigen dat hij vooral voor z’n eigen tijd moet gaan, en hebben we toch mooi wederzijds geprofiteerd. Op de laatste kilometer haal ik nog een vrouwelijk doelwit in waar ik figuurlijk mijn tanden in heb gezet zodat ik sta te trillen op m’n benen als ik de finish gepasseerd ben. Jan-Willem is zo lief mijn fiets stevig vast te houden terwijl ik m’n gammele been over m’n zadel zwaai: ik kan tenminste zeggen dat ik alles heb gegeven! Als ik de Vlaming opzoek om hem een hand te geven krijg ik meteen een kus op m’n wang. Fietsen verbroedert, is de les van de dag.

De rustdag wordt gebruikt voor een fietscheck, een was met fietskleding en lekker zwemmen. We hebben het nodig, want voor dag 4 staat de Sellaronde op het programma. Inclusief de 2 keer 7 kilometer van ons appartement naar de start en weer terug, komt die boven de 180km uit. De klim die de Gardena bevat bestaat uit zo’n 50km bergop, maar de tijd vliegt door de fenomenale uitzichten. Onwaarschijnlijk mooi, die Dolomieten. Het is gewoon jammer als we na nog 3 klimmen hoog in de bergen, weer naar beneden moeten. Dag 4 en 5 veranderen niet veel aan mijn positie in het klassement, ik zit steeds een beetje tussen het midden en tweederde van de dames in. Wel vallen er elke dag dames af, uiteindelijk blijven we met z’n veertigen over. Totaal rijden meer dan 400 renners de tocht uit. Daarvan zijn er tussen de 25 en 30 Nederlands, en als enige Nederlandse voer ik dus tenminste nog het klassement voor Nederlandse dames aan. Langzamerhand kom je al fietsend steeds meer bekenden tegen: de andere Nederlanders, de Vlaming van dag 3, de Duitser van dag 1 zonder arm, die aan het trainen is voor de Paralympics, de lilliputter met haar aangepaste fiets, die mij en velen met mij er elke dag weer kansloos uitfietst… Gezelligheid ten top! 

De 6e etappe is de afsluiter, met slechts iets meer dan 100km, nauwelijks hoogtemeters, en een tijdklim van een kilometer of 3. Eigenlijk is de Giro dus al na etappe 5 binnen. Het is echter nog niet eens zo makkelijk om met je stramme lijf en andere ongemakken die na 5 dagen fietsen ontstaan zo lang in een groot peloton te fietsen: je kunt weinig van houding wisselen omdat je alert moet zijn en steeds je handen op de remmen moet houden. Maar bij terugkomst wacht ons een warm onthaal van nichtje Mirjam en een lekker laatste pastamaal. Met als bonus: vandaag hoef ik geen hersteldrank meer!

Dolomietjes3

Wij zijn ongelofelijk tevreden over het verloop van onze Giro: supergoede organisatie, geen blessures, en nauwelijks materiaalpech (ik had 1 klapband in de afdaling, binnen 10 minuten lag er een nieuwe binnen- en buitenband en velglint om dankzij de mechanicien). Onze benen waren sterk, het gezelschap van ons team en de andere fietsers goed en de omgeving prachtig. Het is mooi dat de Giro nog niet uit z’n voegen barst en eigenlijk moet dat ook zo blijven, maar ik wil hem jullie toch heel graag aanbevelen.

Rianne de Heer

Comments are closed.

Contact Us